De behandelwijze.

In vaste stappen naar praktisch handelen

Allereerst maken wij met u kennis en beoordelen we welke therapeut u het beste kan begeleiden bij uw problematiek. De wijze van werken gaat volgens relatief vaste stappen:

  • Intake en analyse. Binnen deze stap wordt er gekeken welke problemen u ervaart en welke problemen u belangrijk vindt om aan te werken. Ook wordt er gezocht naar de oorzaak van dit probleem en onderzoekt de therapeut waar de exacte problematiek ligt. Daarnaast kunnen wij bekijken of het zinvol is om de ervaren problemen te bekijken in de thuissituatie, op het werk of op school. Bij de intake wordt gebruik gemaakt van gestandaardiseerde wereldwijd ontwikkelde instrumenten. Voorbeeld hiervan is de COPM.
  • Behandelplan opstellen. Samen met u wordt er een behandelplan opgesteld. Daarbij wordt heel duidelijk gekeken naar uw wensen en behoeften ten aanzien van de therapie en volgorde van aanpak. Dit behandelplan geeft richtlijnen voor de behandelingen die volgen.
  • Behandeling. Binnen deze fase werken wij aan de problemen die u ervaart. Ook hierbij staan uw wensen centraal. Er bestaat geen standaard ergotherapeutische behandeling/advies, elke cliënt heeft zijn eigen specifieke aandoening en zijn eigen behoeftes.
  • Evaluatie. Hier evalueren we samen met u of de doelen naar uw tevredenheid zijn behaald. De behandeling wordt afgerond als er aan de doelstellingen is gewerkt en u tevreden bent over het bereikte resultaat. Na de behandeling wordt u gevraagd om vrijblijvend mee te werken aan een clientenervaringsonderzoek om zo de kwaliteit van de praktijk te verbeteren.

Het oplossen van praktische problemen

 

Waar ‘u’ staat kunt u het volgende lezen: uzelf, uw partner of uw kind.

Ergotherapeuten behandelen en trainen wat u belangrijk vindt en heeft verloren. Wij werken praktisch en leren u gaandeweg dingen weer zelf te doen. Als u door een langdurige of blijvende aandoening niet meer naar wens kunt functioneren, biedt ergotherapie een oplossing. Wij leren u beter om te gaan met uw lichamelijke of psychische tekortkomingen.

Dit kan op verschillende manieren:

  • Door oefening of training kunnen bepaalde functies blijven of mogelijk herstellen. Een voorbeeld van dergelijke training is, het trainen van de handfunctie na handletsel, of het stimuleren van de fijn-motorische ontwikkeling. Hierdoor wordt de fijne motoriek van de vingers en hand geoefend waardoor u bijvoorbeeld weer gemakkelijker de sleutel omdraait in het slot, het strikken van veters of het vastmaken van knoopjes.
  • Door het aanleren van een andere manier van handelen of het vinden van alternatieven. U kunt hierbij denken aan het leren aantrekken van een trui met één hand.
  • Ook kunt u hierbij denken aan een andere verdeling van uw energie op een dag. Dit kan ervoor zorgen dat u niet al uw energie overdag verbruikt, maar dat u ook ’s avonds nog energie overhebt.
  • Door te oefenen met aangepast materiaal of hulpmiddelen kan met vaak ook weer activiteiten zelfstandig uitvoeren. Bij een verslechterde handfunctie kan aangepast bestek een uitkomst zijn voor het zelfstandig eten.
  • Advisering en ondersteuning bij het aanvragen van voorzieningen zoals een rolstoel, werkstoel, hoog-laagbed, bedbox, eettafelstoel, vervoersvoorziening. De ergotherapeut kijkt samen met u welke voorziening adequaat is en helpt u bij de aanvraag hiervan.
  • Door instructie en informatie te geven aan bijvoorbeeld de partner, familieleden, ouders en verzorgenden. Hierdoor kan de belanghebbende goed worden begeleid in de thuissituatie of op school.
  • Het trainen van de zintuiglijke prikkelverwerking bij kinderen. Sensorische integratie betreft het vermogen om informatie uit ons lichaam en de omgeving op te nemen, te verwerken en daarop te reageren met een gepaste reactie. In het Nederlands wordt hier de zintuiglijke prikkelverwerking mee bedoeld. Ofwel het verwerken van de informatie (prikkels) die vanuit onze ogen, oren, huid, spieren / gewrichten, mond, neus en evenwichtsorgaan naar de hersenen gaat. Problemen in de Sensorische Integratie kunnen gevolgen hebben voor de uitvoering van verschillende activiteiten. Dit kan tot gevolg hebben dat het kind niet stil kan zitten, voortdurend aan materialen friemelt, hardhandig is naar andere kinderen, onhandig is, alles omstoot en zijn spullen/activiteiten moeilijk kan organiseren.
Franck
Ergotherapeut